De WinterVuurplaats

   

Geschiedenis

2001.
Kerstmis vieren doe ik liefst temidden van vrienden, niet alleen. Dat was het uitgangspunt, een persoonlijke belevenis, alleen zijn en eenzaamheid liggen dicht bij elkaar. Het bracht mij ertoe iets te doen, iets te organiseren. Er ontstond een traditie van Kerstfeesten op mooie locaties, met vrienden en met onze kinderen. Vervolgens de vraag: hoe doe je dat, Kerstmis vieren? Kan ik traditionele vormen van sfeer en gezelligheid opnieuw vullen met inhoud? Of omgekeerd: welke inhoud leeft er in de groep mensen die bij elkaar komt en hoe vormt zich daaruit een Kerstfeest?

2002.
In de jaren na de eeuwwisseling raakte ik steeds dieper doordrongen van een notie die ik liefst in een beeld uitdruk: ik sta in wezen met lege handen. Niet als armoede-gebaar maar als erkenning van de ervaring dat de oude verhalen en de daaruit voortgekomen tradities mij niet meer (ten volle) kunnen dragen. Wel inspireren, troosten, rijkdom schenken, maar niet meer dragen. In wezen sta ik op mezelf, met lege handen, als een existentiële uitgangssituatie.
In mijn ogen is dit de bestaansbodem van de geïndividualiseerde westerse mens.
Verantwoordelijkheid daarvoor nemen betekent gaan scheppen, de onvermijdelijke, noodzakelijk volgende stap: in het besef van eigen beperktheid me niet laten belemmeren door dat besef, ik neem mijn lege handen als uitgangspunt en maak een gebaar. Ervan doordrongen dat dit kleine gebaar de kosmos vult als het vanuit deze notie gedragen wordt.

2003.
Door de ontmoeting met Froit, de bouwer van de mooiste mongoolse tenten buiten Mongolië, ontstond de mogelijkheid Kerstmis te vieren in een prachtige ger op Landgoed de Reehorst. Een ervaring die veel in beweging zette. Uiterlijke mogelijkheden en innerlijke drang ontmoetten elkaar en er onstond een wild plan: laten we volgend jaar de hele periode van 13 Heilige Nachten vanuit deze innerlijke vraag vorm geven, ‘iets doen'. Met de vrienden en mensen die zich hierin herkennen. De WinterVuurplaats werd geboren.

Detail van de Gher2004.
Het eerste jaar. Een kleine groep mensen schaarde zich rond dit initiatief. De zoektocht naar het hoe werd het wat, de eigenlijke inhoud van de WinterVuurplaats. Eigen verantwoordelijkheid, bijdragen vanuit je eigen levensverhaal, vanuit lege handen scheppen, elkaar vragen stellen, inhoud vinden in ontmoeting. We ontdekten dat in
de indviduele kleine verhalen, in samenwerken en alles wat dat met zich meebrengt, in communicatie en discommunicatie, de grote verhalen en vragen van deze tijd zich tonen.

2005.
Dat eerste jaar waren er bijna driehonderd gasten geweest. We waren en voelden ons overdonderd. Wat hebben we over ons afgeroepen, waar staan we midden in? Het afsluitende moment stonden we met alle aanwezigen in een kring om de paleistent heen, elkaars handen vasthoudend, met het gezicht naar buiten gekeerd. Ik vond dat een kloppend beeld: we waren aan het werk geweest, doende, pratend, luisterend. Wat er in het midden geleefd had voelden we allemaal wel, maar het bleef onbenoembaar.
We hebben dit jaar Jelle van der Meulen uitgenodigd. Jelle was twee dagen bij ons en sprak over de cultuur van het hart, over elkaar ontmoeten los van onze functionele rollen, over de ervaring van afgrond. Over valkuilen en dubbelgangers. Ervaringen kregen een naam, kunnen we er instrumenten van maken? Sociale kunst is een groot woord, laten we zeggen: de WinterVuurplaats is ook een laboratorium.

2006.
De WinterVuurplaats ging zijn derde jaargang in. We hadden er voor gekozen geen vaste organisatie te worden, geen continue, geen herhaalde vorm. Elk jaar beginnen we opnieuw met wat er op dat moment leeft en met de mensen die zich daar rondomheen scharen. Een project in ontwikkeling, niet efficiënt, niet gestroomlijnd, telkens weer wielen zoekend en uitvindend. Na drie jaar begint zich een duidelijker plattegrond af te tekenen: allereerst is er de warme winterplek, een gastvrije kring rond een kachel waar je mag zijn, pleisterplaats en herberg. Daarnaast een creatieve werkplaats, een laboratorium, voortgaand onderzoek dat zichtbaar/hoorbaar wordt in projecten, performance, bijdragen en gesprek. En tenslotte het gezicht naar buiten in website, communicatie en conceptualiseren van hetgeen waar we mee bezig zijn. Alle drie op elkaar betrokken en gedragen door het met elkaar leven.

2007.
De vierde WinterVuurplaats. Nog meer bezoekers, onze grootste tent nog groter om iedereen te kunnen herbergen. Een stapje verder in de organisatie, alles liep soepeltjes. Maar hoe was de WinterVuurplaats? Een verheugend groot aantal mensen die mee kwamen leven en helpen, vooral veel jonge mensen. Dat was nieuw en geweldig. En bracht een nieuwe dynamiek. Er was kritiek op de oude garde. Er bestond blijkbaar een oude garde, ook dat was nieuw, een nieuwe oude garde. En is dit erg vroeg die zich af? Jonge mensen gingen eigen dingen doen, zochten eigen ruimte op, namen eigen ruimte in. Uiterlijk ruimte maken voor jongere mensen betekent innerlijk ruimte maken voor de ervaring dat je oude garde bent. Nieuwe mogelijkheden, nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe valkuilen.
Een WinterVuurplaats die door hoogte- èn dieptepunten ging. En omdat ze erdoorheen ging van dag tot dag rijker en warmer werd.

Zelf heb ik het besluit kenbaar gemaakt dat ik voor een poos de organisatie van de WinterVuurplaats verlaat. Je geesteskind loslaten? werd er gezegd. Nee, niet mijn geesteskind. Kinderen zijn van zichzelf, ook geesteskinderen. Je begeleidt ze hooguit een poos, je laat ze ook niet los als ze de verder de wereld in gaan. Je laat iets in jezelf los... dat is moeilijk, maar vaak vruchtbaar voor beide.
Ik laat een klein briefje achter, quasi achteloos, naast de kachel:
Iets wezenlijks, meen ik nu, dat tussen mensen kan gebeuren, is dat zij samen op de afgrond stuiten en ertoe besluiten te zien wat zich daar eigenlijk bevindt.
Dan gebeurt er iets.

(uit Jelle van de Meulen's onovertroffen boek 'Werk van het hart)'

Erik Lemmens, maart 2008

Tenten op het terrein

|30mrt08 el |